Drie soorten relaties
De relaties tussen AS-netwerken bepalen hoe verkeer stroomt, en zeggen veel over de kwaliteit en stabiliteit van een netwerk:
- Upstream / transit — netwerken waarvan het bandbreedte inkoopt. Minder upstreams betekent minder uitwijkmogelijkheden als er iets misgaat
- Peers — gelijken die verkeer uitwisselen, meestal zonder betaling. Meer peers betekent kortere paden en lagere latentie
- Downstream / klanten — netwerken die toegang bij dit netwerk afnemen. Veel downstreams wijzen op een provider van echte omvang